Op de zon gericht

God is goedheid.” De priester had het al vaker beweerd. De jonge vrouw was het er niet mee eens. “Waar is die goede God dan?  Hij zegt niets, Hij doet niets!” De priester wees omhoog naar de zon. “God is als de zon. Ook de zon zegt niets en doet niets. Maar niemand zou zonder de goede zon kunnen leven.”

De vrouw dacht na.  Zij had al veel meegemaakt in haar jonge leven. Zij keek niet omhoog maar naar de grond. Zij wees naar de donkere schaduwplekken die overal te zien waren. “Waar de zon schijnt, zijn er ook schaduwen,” sprak zij.  De priester kon het niet ontkennen. Hij kende de bittere werkelijkheid van de duisternis. “Je hebt gelijk,” zei hij, “maar vergeet dit niet: houd uw gezicht steeds op de zon gericht. Zo zullen de schaduwen steeds achter u vallen.” (geïnspireerd door een uitspraak van Walt Whitman)

Bron: U doet niets, want U bent God, boek van Stephan de Jong