Historiek van de paters Kapucijnen

Onderstaande info werd verzameld met behulp van de volgende bronnen: 

  • Archief paters Kapucijnen Antwerpen
  • Het jubileum - gedenkboek "50 jaar Kapucijnen te Aalst" (auteur onbekend,1959)
  • Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Aalst, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 5N1 (A-G), Brussel - Gent. (D'Huyvetter C., de Longie B. & Eeman M. met medewerking van Linters A., 1978)
  • Geschiedenis der straten van Aalst (Jos Ghysens, 1986)
  • Heiligenverering te Aalst (Jos Gheysens, 1993)
  • De Kapucijnen in Aalst: vanaf de stichting van het klooster 1614 tot de uitdrijving 1797 (Dany D'Herdt, 2001)
  • Mediabank en krantenarchief van Aalsterse stadsarchief, www.madeinaalst.be  
  • Kaarten te consulteren op geopunt vlaanderen, https://www.geopunt.be/ van het Agentschap Informatie Vlaanderen

De kloosterorde van de kapucijnen of minderbroeders kapucijnen (Ordo Fratrum Minorum Capucinorum) inspireert zich aan de leer van Franciscus van Assisi (Italië) die armoede en een strenge levensstijl voorschrijft.

Dit reflecteerde zich vroeger o.a. in hun kledij. Ze droegen een ruwe, bruine pij met puntige kap (de cappuccio), in de lenden omgord met een witte koord waarin 3 knopen, en liepen blootsvoets (later op sandalen). Het betekende echter ook dat zij geen bezittingen hadden en moesten leven van giften of van hun arbeid, die vergoed werd in natura. Zo had ieder klooster een zogenaamde bedelpater.

Paters kapucijnen kiezen resoluut de kant van de kleinen, en noemen zich daarom minores of minderde broeders. Ze leggen zich toe op gebed, eenvoud van leven, gastvrijheid en dienstbaarheid aan mensen. Volksprediking en catechismus onderricht waren vroeger hun voornaamste taak. Maar kapucijnen leven vooral dichtbij het volk, heel toegankelijk, en trekken zich het lot aan van armen en zieken. Vanaf het begin werkten ze ook in de derde wereld.

Pater Pio is één van de meest gekende kapucijnen. Maar ook bijvoorbeeld Hugo Gérard, een Vlaamse kapucijn.

Franciscus vogelsTauPaxBonumPadre Pio

De Kapucijnen vestigden zich voor de eerste keer in Aalst in 1614. Het klooster en de rechts aanpalende kerk waren gesitueerd op de huidige Graanmarkt aan de rechterzijde van de Kapellestraat, nu Zwarte Zustersstraat, rechts palend aan wat nu het huis De Bolle is, links grenzend aan de stadswallen (nu Vaartstraat) die in de volksmond “de Kapucienenvesten” werden genoemd. Achteraan paalde het aan de site van het huidig atheneum. Op de Ferrariskaart (1771-1778) is de lokale van het klooster met kerk op de huidige Graanmarkt te zien (gele markering in het centrum van Aalst). Helemaal linksonderaan is de locatie van het latere klooster en kerk op de hoek van de toen nog niet bestaande Capucienenlaan en de Sint-Jobsstraat aangeduid. 

FerrariskaartSmall

De Kapucijnen zorgden er voor brood en soepbedeling aan armen, en voor geestelijke bijstand aan zieken en stervenden. In tijden van pest waren er enkele pestpaters die omwille van het besmettingsgevaar afgezonderd leefden van hun gemeenschap. Om verlost te worden van de gesel van de pest werden alle mogelijke heiligen aanroepen, O.L.Vrouw, Sint-Rochus, de heilige man Job (Sint-Jobskapel), Sint-Antonius enz. Novenen werden gebeden en processies gehouden.

In de tweede helft van de achttiende eeuw kwam er een reactie tegen het kloosterleven op gang: kloosters en abdijen waren nutteloos voor de gemeenschap, te rijk en te machtig. De kapucijnen echter maakten zich sociaal, religieus en caritatief verdienstelijk in de maatschappij. Bovendien bezaten zij bijna geen materiële goederen, en bleven initieel buiten schot. Maar, kort nadat de Oostenrijkse Nederlanden in 1795 bij Frankrijk werden ingelijfd, werden de religieuze orden opgeheven en uitgedreven. Vele priesters en kloosterlingen moesten onderduiken of vluchten.

Na een lange afwezigheid keerden de kapucijnen terug naar Aalst. In 1908 diende stadsbouwkundige en gerenommeerd architect Julien (Julius) Goethals een aanvraag in voor het bouwen van een klooster en kerk op de hoek van de Sint-Jobstraat en de ontworpen - nog niet uitgevoerde - “boulevard”. De eerste overste was pater Athanasius van Schendelbeke.

Historiek PatersKapucijnenSinds 1932 werd de Sint-Laurentiusschool van Brugge overgebracht naar Aalst en geïntegreerd in het klooster. Deze school met “oude humaniora” bleef bestaan tot 1966 en telde o.a. in 1962 Urbain Servranckx, alias Urbanus Van Anus als leerling. Vanaf 1968 werd hier een afdeling van het Sint-Jozefscollege overgebracht. Op het hoogtepunt verbleven er in het klooster 30 paters die lesgaven in het aanpalend college.

Hoe kan ik beter de verwevenheid van de paters Kapucijnen met de Aalsterse bevolking illustreren dan met de affiche van de eerste kermis der paters kapucijnen in 1933 hieronder en dit extract uit de krant van 27 maart 1952 (In Memoriam Jan-Baptist De Gols, bron stadsarchief, Made In Aalst)

Vrijdag 14 maart, te 10u30 luidde het klokje van de Paters van Sint Job en een lijkwagen, voorafgegaan door biddende kloosterlingen en gevolgd door sympatiserende leken trok naar het kerkhof. Toen de mensen u nadien vroegen: "Wie was die Pater die daar begraven werd?" ... En als gij dan op uw beurt uitvorste: "Herinnert ge u nog die eerste Vlaamse kermis in 1933?" "Natuurlijk, hoe zouden we die ook kunnen vergeten?" "Hewel, die werd gehouden voor dien Pater, toen hij een tweede maal naar zijn Missie vertrok.

 

Vanuit het klooster werden verschillende paters gedelegeerd naar diverse functies als pastoor van de in 1968 opgerichte parochie, biechtvader, aalmoezenier van verenigingen, mislezer bij de zusterkloosters en dienstverlening in de omliggende parochies. Maar bij het uitblijven van voldoende nieuwe roepingen, verouderde de kloostergemeenschap langzaam aan.

CommunauteitAalst2000

De blijvende doch afgenomen inzet van de enkele overgebleven paters, kon niet verhinderen dat – vooral de laatste 12 jaar – het klooster steeds meer een kleinere gemeenschap werd. Het veel te grote gebouwencomplex raakte stilaan in verval en de kloostertuin werd een ontoegankelijke wildernis nadat het voorstel om hem publiek toegankelijk te maken, werd afgewezen. Daarom werd een deel van het klooster omgebouwd tot een modern complex voor zes paters. Het prachtige Mariabeeld in de tuin dreigde verloren te gaan. Onder impuls van pastoor Paul Segers, zorgde de parochiegemeenschap ervoor dat het werd overgebracht naar de dreef naast de kerk, waar het werd ingezegend door de Abt van de abdij van Affligem.

 OLVinKloostertuinOLVinDreef

Op de viering van het 100-jarig bestaan van het Kapucijnenklooster namen de 4 overblijvende confraters afscheid van pater Paul Segers en van de parochiegemeenschap. Er werd tevens een unieke en druk bezochte tentoonstelling georganiseerd. De bezoekers werden, aan de hand van tentoongestelde kledij, schilderijen, kleine kunstvoorwerpen en eenvoudige huisraad door het dagdagelijkse leven van de paters gegidst. Ook postkaarten, foto’s en historische documenten uit de archieven van Antwerpen en Aalst werden voor de gelegenheid tentoongesteld.

Het klooster heeft nu een andere functie, al hadden veel mensen het liever een sociale bestemming zien krijgen. Het beukenbos en de kloostertuin werden opengesteld voor het publiek.