Blik op de Sint-Antoniuskerk

Deze webpagina is nog in opbouw en zal stelselmatig aangevuld worden met extra info over en foto's van zowel exterieur als interieur van de kerk. 

De kapucijnen kwamen terug naar onze stad naar een nieuwe locatie aan de rand van de stad in de wijk Sint-Job, op een terrein Beekveld genaamd. Langs het pas getrokken deel van de ring rond de stadskern - toen nog een aarden weg - verrees op initiatief van provinciaal Benvenutus van Sint-Michiels de huidige kerk, het klooster en een studiehuis voor clerici-filosofen. 

Stadsarchitect Julius Goethals - ook bekend van o.a. de borse van Amsterdam - tekende de plannen voor het kloostercomplex. De grondwerken en de kelders werden toevertrouwd aan de gebroeders Van Pottelberge uit Aalst, de bovenbouw werd verwezenlijkt door J. Wight uit Brugge. In augustus 1908 kon de eerste steen gelegd worden voor de kerk. Toen noemden de nabije buren uit de Sint-Jobsstraat het uitgebreide, indrukwekkende complex dat tussen de velden verrees "het kasteel van Sint-Job". De werken werden beëindigd in de lente van 1910. 

Historiek PatersKapucijnen 

Oudere kerken, zoals de Sint-Martinuskerk, werden vaak zodanig geörienteerd dat de kerkbezoekers kijken naar het oosten. Latere kerken daarentegen werden vaak op pragmatische manier ingepland in bestaande stedebouwkundige plannen. Dat gold ook voor de Sint-Antoniuskerk. De voorgevel werd parallel aan de toenmalige plannen voor de ring rond Aalst gebouwd. Men had immers de idee de ringlaan te doen uitkomen tot net voor het kerkhof. Deze plannen werden echter later bijgesteld. Misschien maar goed ook, zo heeft men wat extra ruimte om na de mis voor de kerk nog rustig bij te babbelen, zelfs op de drukke Capucienenlaan. Op luchtfoto's is ook duidelijk dat de half vrijstaande kerk de vorm heeft van een Latijns kruis, met naast het koor van de kerk een kleine klokkentoren.

Op 27 maart 1910, de hoogdag van Pasen, werd de kerk onder grote volkstoeloop plechtig ingezegend.

 

De kleine Onze-Lieve-Vrouwkapel in het hofje rechts van het portaal … zo vaak voorbijgekomen, en toch werd ik pas onlangs getroffen door haar pure schoonheid. In dezelfde rode bakstenen als de kerk, een nis met licht(hemels)blauwe achtergrond en daarin een wit Mariabeeld, omgord met eenzelfde lichtblauw gekleurde sjerp. In de rooms-katholieke kerk staat de kleur blauw voor onschuld. Oosters-orthodoxen zien op hun beurt het Goddelijke blauw afgetekend tegen de rode kleur van de bakstenen, rood symbool van mens-zijn. Wie langskomt en even halthoudt voor de kapel ziet meteen ook hoe de biddende Maria haar deemoedige blik inderdaad licht naar beneden, op wie naar haar toekomt, gericht heeft. 

  • OLVBlijdschap1
  • OLVBlijdschap2
  • OLVBlijdschap3
  • OLVBlijdschap4

Maar ook het verhaal achter de bouw van deze kapel is niet te vergeten! Deze kapel werd immers gebouwd door de mensen uit de buurt als dank voor de bevrijding na de 2° wereldoorlog. Het verslag van de Paters Kapucijnen beschrijft de sfeer bij de inzegening van de kapel:

"Groot was ons vertrouwen in onze godsvrucht tot Maria gedurende de oorlog. Tot dit doel werd in de kerk de eredienst van de eerste zaterdag ingebracht en werd de meimaand met veel ijver bijgewoond door vele mensen. Kort voor de historische 6 juni 1944 werd door pater Gardiaan de belofte gedaan om, ingeval de stad gespaard bleef, met de steun van de trouwe bezoekers van de Paterskerk, een groot Mariabeeld op te richten als blijvend aandenken aan de bescherming van onze Hemelse Moeder. Op dinsdag 29 mei 1946 werd met een voorbereidend triduüm deze belofte plechtig volbracht. Aanvankelijk bedoeld als een viering van de Sint-Jobswijk, groeide deze uit tot een massale hulde van gans de stad Aalst. 

Zondag 27 mei had er om 10 uur een plechtige dankmis plaats waaronder een vierstemmige mis gezongen werd, begeleid door het orkest. 's Avonds werd het lof gedaan door Z.E.Heer Pastoor van Sint-Jozef. Het volk stond tot ver buiten de kerk. Maandagmorgen werd om 7 uur een H. Mis gezongen tot zielerust van de oorlogsslachtoffers en tot aandenken aan de afwezigen, in het bijzonder de Koning. Dinsdag een H. Mis om blijvend de vrede en de eendracht onder de volkeren, ook in ons land af te smeken. 's Avonds werd dan de grootse plechtigheid voltrokken onder de leiding van Z.E.Heer Deken. Tegen 7 uur was er geen plaatsje meer vrij in de hele kerk en ganse drommen mensen en kinderen met bloemen moesten buiten blijven. Na het lof kwam de menigte processiegewijze uit de kerk naar de Mariakapel onder het zingen van Vlaamse liederen. Na de wijding van beeld en kapel, hield de graag beluisterde volkspredikant E.P. Timotheus de slotaanspraak. Vervolgens kwamen de kinderen van de wijk bloemen neerleggen voor de voeten van het beeld en heel de schare zong het Christus vincit en het Magnificat. De eed van trouw werd door allen met opgestoken hand afgelegd. Pater Gardiaan dankte alle medewerkers en legde er de nadruk op dat Maria hier zou aanroepen worden onder de titel: Oorzaak onzer Blijdschap."

Als bewijs dat Aalst het gegeven woord trouw wou blijven, ging jarenlang op het einde van mei een hulde door.

 

Naast een aantal kleinere aanpassingen bij de ingebruikname als parochiekerk is het interieur grotendeels bewaard gebleven. Het grootste gedeelte van de aankleding van de ruimte dateert uit het begin van de twintigste eeuwen is neogotisch van stijl.

Het driebeukige interieur van de kerk met zijn bakstenen bogen en een dubbele rij al dan niet blinde vensters langs beide zijden van het schip, eveneens in baksteen omlijst, geeft een lichte en ruime indruk maar ademt tegelijk ook een serene rust en geborgenheid uit.