Blik op de Sint-Antoniuskerk

Onderstaande info werd verzameld met behulp van de volgende bronnen: 

  • Archief paters Kapucijnen Antwerpen
  • Het jubileum - gedenkboek "50 jaar Kapucijnen te Aalst" (auteur onbekend,1959)
  • Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Aalst, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 5N1 (A-G), Brussel - Gent. (D'Huyvetter C., de Longie B. & Eeman M. met medewerking van Linters A., 1978)
  • Geschiedenis der straten van Aalst (Jos Ghysens, 1986)
  • Heiligenverering te Aalst (Jos Gheysens, 1993)
  • Sint-Antoniuskerk, overzicht geschreven door K.L.
  • Eigen foto's en postkaartencollectie
  • Mediabank en krantenarchief van Aalsterse stadsarchief, www.madeinaalst.be  

De kapucijnen kwamen terug naar onze stad naar een nieuwe locatie aan de rand van de stad in de wijk Sint-Job, op een terrein Beekveld genaamd. Langs het pas getrokken deel van de ring rond de stadskern - toen nog een aarden weg - verrees op initiatief van provinciaal Benvenutus van Sint-Michiels de huidige kerk, het klooster en een studiehuis voor clerici-filosofen. 

Stadsarchitect Julius Goethals - ook bekend van o.a. de borse van Amsterdam - tekende de plannen voor het kloostercomplex. De grondwerken en de kelders werden toevertrouwd aan de gebroeders Van Pottelberge uit Aalst, de bovenbouw werd verwezenlijkt door J. Wight uit Brugge. In augustus 1908 kon de eerste steen gelegd worden voor de kerk. Toen noemden de nabije buren uit de Sint-Jobsstraat het uitgebreide, indrukwekkende complex dat tussen de velden verrees "het kasteel van Sint-Job". De werken werden beëindigd in de lente van 1910. 

Postkaart Aalst Capucienenklooster - eigen collectie 

Oudere kerken, zoals de Sint-Martinuskerk, werden vaak zodanig geörienteerd dat de kerkbezoekers naar het oosten kijken. Latere kerken daarentegen werden vaak op pragmatische manier ingepland in bestaande stedebouwkundige plannen. Dat gold ook voor de Sint-Antoniuskerk. De voorgevel werd parallel aan de toenmalige plannen voor de ring rond Aalst gebouwd. Men had immers de idee de ringlaan te doen uitkomen tot net voor het kerkhof. Deze plannen werden echter later bijgesteld. Misschien maar goed ook, zo heeft men wat extra ruimte om na de mis voor de kerk nog rustig bij te babbelen, zelfs op de drukke Capucienenlaan. Op luchtfoto's is ook duidelijk dat de half vrijstaande kerk de vorm heeft van een Latijns kruis, met naast het koor van de kerk een kleine klokkentoren.

Luchtfoto Sint-Antonius Kerk

Op 27 maart 1910, de hoogdag van Pasen, werd de kerk onder grote volkstoeloop plechtig gewijd en werd om 9 uur de eerste H. Mis opgedragen. In hun gouden jubelboek, uitgegeven in 1959 ter gelegenheid van 50 jaar kapucijnen in Aalst, schreef men daarover "Wat deed ze mooi aan, die ruime luchtige kerk met sierlijke bogen in rode baksteen, met een wondermooi altaar van zwart porfier met daarboven het in franse steen opgetrokken retabel."

Haar schoonheid wordt nog steeds geroemd, zij het nu via Google reviews door onbekende bezoekers. Allen die meer wensen te weten over deze kerk, haar exterieur en interieur, neem ik in de pagina's hieronder graag mee, aan de hand van onderstaande plattegrond.

Sint-AntoniuskerkLegende - Exterieur

1. H. Hartbeeld in voorgevel
2. Hof met kapel voor O.L.V Oorzaak onzer Blijdschap
3. Hof met H. Kruiskapel
4. Beeld van H. Franciscus van Assisi
5. Beeld van O.L.Vrouw uit de hof van de paters

Legende - Interieur

6. Biechtstoel
7. H. Pater Pio
8. Preekstoel (893 kB)
9. Altaar voor Sint-Antonius (768 kB)
10. Altaar voor Sint-Franciscus (704 kB)
11. Triomfkruis
12. Hoogaltaar
13. Hoofdglasraam
14. Orgel
15. Kapel ter ere van O.L.V van Troost (1.41 MB)
16. Glasraam in de O.L.V. kapel
17. Winterkapel 

De kerk werd, net als het kloostercomplex, opgetrokken met rode baksteen en zandstenen elementen in neogotische stijl. De voorgevel wordt verlevendigd door een roosvenster en 5 lancetvormige vensters onder een eenvoudige rondboog. Smeedijzeren sierankers vormen een boord langs de gevelrand.

Wat misschien het meest opvalt (of toch niet?) is het witstenen H. Hartbeeld bovenaan in de voorgevel (plattegrond n°1). Het is het werk van Van Biesbroeck uit Gent en werd op 21 juni 1914 door de provinciaal van de orde gewijd. Maar de inval van Duitse troepen in België op 4 augustus later dat jaar, zet het land in rep en roer. In het klooster werd het ziekenkwartier ingericht om gekwetsten te ontvangen en verplegen. Een postkaart uit 1917 toont dit "veldhospitaal". Merk op dat het H. Hartbeeld toen nog niet in zijn gevelnis was beland. Ook de gevel van de vroegere toneelzaal, het huidige "Capucientje", werd versierd met een beeld van de H. Franciscus van de hand van Leopold Lemaître. 

  • Sint Antonius GlasramenGevelbogen
  • Sint Antonius Zijgevel
  • Sint Antonius HHartbeeld
  • Sint Antonius Klokkentoren
  • Sint Antonius Achtergevel
  • Sint Antonius HKruiskapel

Een kleiner portaalgebouw staat voor de hoofdgevel en vormt daardoor links en rechts van de toegang twee "hofkens". Door latere aanpassingen, zoals het verlagen van de kloostermuren voor de kerk, kregen deze devotieruimten een meer open karakter. Aan de rechterzijde werd in 1945 een devotiekapel ingericht ter ere van Onze-lieve-Vrouw Oorzaak onzer Blijdschap (plattegrond n°2). Links verrees een jaar later de Heilige-Kruiskapel (plattegrond n°3). Het beeld is van de hand van Bressers uit Gent. Heel wat recenter is het beeld van Sint-Franciscus, naast de pastorie (plattegrond n°4). 

De kleine Onze-Lieve-Vrouwkapel in het hofje rechts van het portaal … zo vaak voorbijgekomen, en toch werd ik pas onlangs getroffen door haar pure schoonheid. In dezelfde rode bakstenen als de kerk, een nis met licht(hemels)blauwe achtergrond en daarin een wit Mariabeeld, omgord met eenzelfde lichtblauw gekleurde sjerp. In de rooms-katholieke kerk staat de kleur blauw voor onschuld. Oosters-orthodoxen zien op hun beurt het Goddelijke blauw afgetekend tegen de rode kleur van de bakstenen, rood symbool van mens-zijn. Wie langskomt en even halthoudt voor de kapel ziet meteen ook hoe de biddende Maria haar deemoedige blik inderdaad licht naar beneden, op wie naar haar toekomt, gericht heeft. 

  • OLVBlijdschap1
  • OLVBlijdschap2
  • OLVBlijdschap3
  • OLVBlijdschap4

Maar ook het verhaal achter de bouw van deze kapel is niet te vergeten! Deze kapel werd immers gebouwd door de mensen uit de buurt als dank voor de bevrijding na de 2° wereldoorlog. Het verslag van de Paters Kapucijnen beschrijft de sfeer bij de inzegening van de kapel:

"Groot was ons vertrouwen in onze godsvrucht tot Maria gedurende de oorlog. Tot dit doel werd in de kerk de eredienst van de eerste zaterdag ingebracht en werd de meimaand met veel ijver bijgewoond door vele mensen. Kort voor de historische 6 juni 1944 werd door pater Gardiaan de belofte gedaan om, ingeval de stad gespaard bleef, met de steun van de trouwe bezoekers van de Paterskerk, een groot Mariabeeld op te richten als blijvend aandenken aan de bescherming van onze Hemelse Moeder. Op dinsdag 29 mei 1946 werd met een voorbereidend triduüm deze belofte plechtig volbracht. Aanvankelijk bedoeld als een viering van de Sint-Jobswijk, groeide deze uit tot een massale hulde van gans de stad Aalst. 

Zondag 27 mei had er om 10 uur een plechtige dankmis plaats waaronder een vierstemmige mis gezongen werd, begeleid door het orkest. 's Avonds werd het lof gedaan door Z.E.Heer Pastoor van Sint-Jozef. Het volk stond tot ver buiten de kerk. Maandagmorgen werd om 7 uur een H. Mis gezongen tot zielerust van de oorlogsslachtoffers en tot aandenken aan de afwezigen, in het bijzonder de Koning. Dinsdag een H. Mis om blijvend de vrede en de eendracht onder de volkeren, ook in ons land af te smeken. 's Avonds werd dan de grootse plechtigheid voltrokken onder de leiding van Z.E.Heer Deken. Tegen 7 uur was er geen plaatsje meer vrij in de hele kerk en ganse drommen mensen en kinderen met bloemen moesten buiten blijven. Na het lof kwam de menigte processiegewijze uit de kerk naar de Mariakapel onder het zingen van Vlaamse liederen. Na de wijding van beeld en kapel, hield de graag beluisterde volkspredikant E.P. Timotheus de slotaanspraak. Vervolgens kwamen de kinderen van de wijk bloemen neerleggen voor de voeten van het beeld en heel de schare zong het Christus vincit en het Magnificat. De eed van trouw werd door allen met opgestoken hand afgelegd. Pater Gardiaan dankte alle medewerkers en legde er de nadruk op dat Maria hier zou aanroepen worden onder de titel: Oorzaak onzer Blijdschap."

Als bewijs dat Aalst het gegeven woord trouw wou blijven, ging jarenlang op het einde van mei een hulde door.

 

Ik herinner me nog de eerste keer dat ik als misdienaar gevraagd werd de lichten te gaan aansteken in de kerk. Staande voor het bedieningspaneel, werd ik overdonderd door termen waar ik helemaal niet vertrouwd mee was: hoogaltaar, koor, dwarsbeuk, doksaal, midden- en zijbeuken. Gebouwd als Latijns kruis, wordt het schip van het koor gescheiden door een dwarsbeuk. Aan de ene kant van het schip, is er het portaal, daar waar men de kerk binnenkomt. Aan het uiteinde van de koor daarentegen staat het hoogaltaar. Het schip bestaat uit een middenbeuk of meer specifiek een lichtbeuk met glasramen die uitsteken boven de twee lagere zijbeuken. Het vierkante deel van de kerk waar de dwarsbeuk kruist met het schip en het koor, wordt de viering genoemd. Eén van de dwarsbeuken omvat het doksaal waarop vroeger het orgel stond en ook het zangkoor plaatsnam.    

Het driebeukige interieur van de kerk met zijn bakstenen bogen en een dubbele rij al dan niet blinde vensters langs beide zijden van het schip, eveneens in baksteen omlijst, geeft een lichte en ruime indruk maar ademt tegelijk ook een serene rust en geborgenheid uit. Wanneer de middagzon door de zuidgerichte dwarsbeuk valt, baadt de viering in een warme gloed en danst het licht in de middenbeuk met de met lelies en bladeren getooide pilaren. Zoals onze deken een tijd geleden opmerkte, zijn er precies twaalf pilaren, verwijzend naar de apostelen. De vier zuilen op de hoekpunten van de viering daarentegen symboliseren misschien wel de evangelisten.

  • Interieur van de voormalige kloosterkerk van de Kapucijnen - postkaart
  • Interieur Parochiekerk Sint-Antonius
  • Doksaal in de Sint-Antoniuskerk
  • Laudate Dominium Omnes Gentes opschrift op doksaal in de Sint-Antoniuskerk
  • Zicht op middenbeuk, zijbeuken en portaal van de Sint-Antoniuskerk
  • Pilaren en gewelven van middenbeuk en viering in de Sint-Antoniuskerk
  • Leliën versieren de pilaren in de Sint-Antoniuskerk
  • Kruisbloem en op de achtergrond een pinakel op één van de biechtstoelen in de Sint-Antoniuskerk
  • Viering van de Sint-Antoniuskerk badend in het zonlicht
  • Glasraam in het priesterkoor van de Sint-Antoniuskerk
  

Naast een aantal kleinere aanpassingen bij de ingebruikname als parochiekerk is het interieur grotendeels bewaard gebleven. Het grootste gedeelte van de aankleding van de ruimte dateert uit het begin van de twintigste eeuw en is neogotisch van stijl. Typisch voor de neogotiek zijn de vele puntbogen, al of niet met glasramen, maar ook de vierkante pinakels met knopversieringen of kruisbloemen die de biechtstoelen als kleine torentjes bekronen. De meest ingrijpende verandering tov het originele interieur is ongetwijfeld het plaatsen van een volksaltaar in de viering, waaraan de huidige eucharistievieringen plaatshebben. Vroeger echter, werd de H. Mis gediend ter hoogte van het hoogaltaar, wat eigenlijk nog steeds het belangrijkste altaar is van de kerk. De ruimte tussen beide altaren, het priesterkoor, wordt ook nu slechts betreden door de priester en medewerkers van de eucharistie. Het is een veel meer intieme ruimte ingesloten tussen de OLV kapel aan de zuidkant en de winterkapel aan de noordkant, en getooid met een warm-houten gewelf.     

Dat onze kerk oorspronkelijk een kloosterkerk was, is nog steeds zichtbaar, al is het in de details. De halfopenkerk sloot naadloos aan op het voormalige klooster en vanuit de winterkapel konden de paters de Eucharistievieringen bijwonen. Heel wat interieurelementen refereren bovendien naar (bijzondere) kapucijnen: de preekstoel, het devotie-altaar voor Sint-Antonius en voor Sint-Franciscus, Pater Pio, net als de heiligen op het glasraam ter hoogte van het hoogaltaar.