ONTMOETING…

Ik schatte hem rond de 80. Met een bundel schorshout onder de arm stapte hij langzaam-voorzichtig langs de rand van de hoofdweg. Omdat ik tijdig terug in het hotel moest zijn voor mijn vrijwilligersjob vroeg ik hem naar de bushalte. En, of er een herberg was waar ik even kon verpozen? “Il n’y a pas de café ici” klonk het prompt. Even in gedachten verzonken stemde ik mijn ritme af op zijn traag-bedachtzame pas. Een kerk was er ook niet. Maar “il y a deux chapelles au village” vergoelijkte hij zich.  Plots hielt hij halt, draaide zich om en vroeg : “Vous voulez un café?”. Enigszins verrast aarzelde ik even maar ging tenslotte in op zijn onverwacht voorstel. “Il n’y a pas beaucoup d’ordre” mompelde hij terwijl de voordeur piepend opendraaide. Een oudere man op zijn eentje : ik had niets anders verwacht.

Ik vroeg hem of er een herberg was waar ik even kon verpozen? “Il n’y a pas de café ici” klonk het prompt. Plots hielt hij halt, draaide zich om en vroeg : “Vous voulez un café?”.

Half september en de houtkachel was al flink op temperatuur. In dit druk-overbeladen interieur verhoogde zijn warmte de intieme gezelligheid. Ervaring leerde me geen lastige vragen te stellen aan onbekenden. Zijn eenvoudig-eerlijk uitnodigend gebaar stelde me echter op mijn gemak.

Eigenlijk woonde hij in de stad 25 km hier vandaan maar af en toe zocht hij de rust en stilte op van deze plek in het hooggebergte. Spijtig genoeg kon zijn hond zich hier niet gewennen: deze bleef liever “chez la mère à la maison”. Ik nam aan dat hij hiermee zijn echtgenote bedoelde. Zijn ogen lichtten op toen hij opmerkte dat dit huisje dateerde van … 1658(!). “C’est marqué sous la toiture du côté de la chaussée”, verduidelijkte hij. Even bekroop mij de neiging een foto te maken maar hij was er niet op gesteld. Zulke zaken kun je niet forceren. Trouwens : de mooiste herinneringen bewaren we niet op papier of in digitale geheugens : zij wonen in ons hart.

De koffie smaakte naar hartelijkheid en de aangeboden sterke drank bracht me op een idee. Ik besloot ’s anderendaags terug te komen en hem -ongevraagd- een flesje lokale ‘schnaps’ te brengen. “A l’année prochaine” riep hij me na toen ik zijn ouderwetse knusse woonst verliet.

De mooiste herinneringen bewaren we niet op papier of in digitale geheugens: zij wonen in ons hart.

Zelfs gewapend met de allerbeste bedoelingen lopen de zaken niet steeds zoals gewenst. De dag na onze verrassende ontmoeting klopte en belde ik vergeefs aan zijn deur. Hij had me gisteren zijn lievelingsdrank verklapt: een soort ouwe klare van kweeperen (coings). Wellicht zie ik hem nooit meer terug. Op de dorpel van zijn droomhuisje liet ik het flesje achter met een kort dankwoord. Misschien duurt het wel een hele poos eer hij het vinden zal. Dat is niet zo erg. Dankbaarheid heeft eeuwigheidswaarde. Zoals echte liefde. Over de dood heen. En trouwens : alcohol kan ook tegen een stootje : vriestemperaturen deren hem niet…

Dankbaarheid heeft eeuwigheidswaarde. Zoals echte liefde. Over de dood heen.

Intussen was het laat geworden en met de lijnbus zou ik niet op tijd in het hotel geraken. Zoals in onze studenten- en legertijd strekte ik mijn arm met opgerichte rechterduim. In een verlaten bergachtige streek zoals deze, waar weinig verkeer langsrijdt en openbaar vervoer slechts schaars wordt ingezet, rekende ik op de diepverborgen primaire goedheid van de mens… Met succes: de eerste voorbijrijdende wagen kneep kriepend de remmen dicht! Ik kreeg zelfs niet de kans om een woord te zeggen: de bestuurder bleef een gesprek voeren via zijn mobieltje waardoor ik amper de mogelijkheid had hem te bedanken bij het uitstappen. Alsof mensen behulpzaam zijn de normaalste zaak van de wereld was!? Wanneer goedheid ‘vanzelfsprekend’ wordt, is het paradijs héél dichtbij…

Wanneer goedheid ‘vanzelfsprekend’ wordt, is het paradijs héél dichtbij…

Zo hoog in de bergen, in de overweldigende natuurpracht van dit gebied, was het alsof ik even de Hemel had aangeraakt. Letterlijk.

Marcel

 

“Bid voor mij… “

Je zou het hem niet onmiddellijk aangegeven hebben.  Bij een vorige gelegenheid duurde het wel enkele dagen alvorens zijn eerbare status ons bekend raakte: hij was priester.  Zelfs op zijn vergevorderde leeftijd nog hier en daar ritueel en confessioneel actief. Hij sprak zacht, bedachtzaam, dikwijls niet gespeend van enige humor tegenover mensen met wie hij al wat meer vertrouwd was. Een zeer aangenaam gezelschap.

In het hooggelegen alpijnse grensdorpje waar ons hotel gevestigd was droeg hij de mis op. Mede tot voldoening van de inwoners die hoogstens eens per maand de zondagsdienst konden bijwonen in hun overigens prachtig barokke kerkje. Het orgel was niet toegankelijk maar er stond een oud harmonium vooraan bezijden het altaar waarop ik een paar stukken improviseerde in de stille momenten. Tijdens de preek merkte ik duidelijk een glimlach op de gezichten van jonge volwassenen op de voorste stoelenrij.  Onze geestelijke leidsman sprak tot het hart van de mensen. Het verhaal van de Verloren Zoon … in het Jaar van de Barmhartigheid!

Tijdens het ontbijt evolueerde het gesprek over de klassieke seniorkwaaltjes via prothese-perikelen naar… euthanasie. Geen woord dat zoveel mensen tegenwoordig zo hevig beroert als dit. Toen ik opmerkte dat Hugo Claus, na zijn beslissing tot vrijwillige levensbeëindiging, ooit toegaf “dat hij niet besefte dat sterven zó lastig was”, deed onze priester-kompaan zijn verhaal. In haar laatste levensjaren nam hij zijn hoogbejaarde moeder op in zijn eigen woning. Met de nodige inzet van hulpverlenende instanties maakte hij haar het leven zo aangenaam mogelijk. Zij respecteerde zijn drukke bezigheden maar durfde tussendoor wel eens diplomatisch te informeren “of hij ook vandaag veel verplichtingen had?”. Hij wist wat dit betekende en deed er alles aan om haar die dag mee te nemen op restaurant of samen een oude gebuur op te zoeken. Zij liet niet na hem hiervoor herhaaldelijk haar diepe erkentelijkheid te betonen. Maar elke avond speelde zich onveranderlijk hetzelfde scenario af. Wanneer hij haar in bed had toegestopt fluisterde ze hem toe : “Priez pour moi mon cher fils pour que je ne m’ éveille plus...”.  Hij was te fijngevoelig en kompassievol tegenover haar die hem op de wereld had gezet om enige ergernis omtrent haar vraag te manifesteren. Ach, als je een stuk boven de 90 bent, je man en meerdere dierbare naastbestaanden reeds hebt zien heengaan, dan is geduldig mededogen tegenover haar aandoenlijke wens het minste wat je menselijkerwijze kan opbrengen. 

Op een stralende zondagochtend tijdens het ontbijt is zij gestorven. Net nog de morgenstond gehaald om afscheid te nemen.  Ingaan op de smeekbede die zij dagelijks prevelde heeft hij nooit gedaan.  Maar bidden deed hij wél. Ook dagelijks: met zijn grote levendige, liefhebbende handen. Geen groter gebed dan dit.

Getekend: Marcel, een nieuwe parochiaan, en welkom hier.

 

ONGELOOF EN VERRIJZENIS

“Die verrijzenis, dat opnieuw leven van iemand die gestorven is, dat fabeltje moet je mij niet vertellen.” Verrijzenis wordt geklasseerd bij de sinterklaasverhalen. Fabeltjes en sprookjes voor kinderen, voor eenvoudige of primitieve mensen. Of zegt men, ook welmenende humanisten en vrijzinnigen: “De christenen hebben het verhaal van Jezus uitgevonden. Zij wilden een verhaal maken, om elkaar te troosten na de dood van een geliefde mens. Dat ‘verder leven’ beantwoordt ook aan het basisverlangen van elke mens, in alle culturen en tijden om perspectief te hebben. “Is dat wel mogelijk?” Ook wij hebben nog nooit gezien iemand terug gezien die overleden is. Het geloof in ‘leven na de dood’ is niet vanzelfsprekend en daarom kunnen ook wij sympathie opbrengen voor de twijfel en het ongeloof van Thomas.

“Wij hebben de Heer gezien.” zeggen zijn collega’s apostelen. Maar Thomas’ reactie is: “Ik” heb de Verheerlijkte niet gezien, niet aangeraakt, dus geloof ik het niet.” Thomas lijkt wél bereid te zijn om te geloven, maar eerst moet hij het zelf kunnen zien en Jezus aanraken. Uit eigen ervaring zou hij wél vertrouwen. Jezus komt Thomas hierin tegemoet door Zijn wonden te laten zien en betasten. Iemand toelaten in je kwetsuren, in je hartzeer, in je verdriet, in je zwakheden, daar waar je schamel bent en gekwetst, waar je geen Heer, geen chef bent, waar je helemaal niet te bewonderen bent, daar waar je in de stilte en de eenzaamheid tranen weent, daar waar je helemaal alleen wilt zijn, wilt wegkruipen en iedereen schuwt. Daar laat Jezus Thomas toe.

In vele schilderijen zien wij dat Jezus de hand neemt van Thomas en die hand in Zijn wonde legt. Thomas krijgt het privilege van Zijn hartzeer te mogen kennen, want Zijn lichaam blijft een gekwetst lichaam. Met andere woorden: de Heer laat zich niet kennen als de glorieuze Verrezene, maar als een gekwetste. Thomas mag Jezus als de diep gekwetste zien. De Heer die elke dag opnieuw gekruisigd wordt. Jezus leeft verder in deze wereld: niet in de glorie, niet als een koning. De Heer toont nu Zijn ware gelaat vooral in gekwetste mensen. Dat is de ervaring van Thomas, dat is de boodschap, ook voor vandaag. De Heer blijft men herkennen in gekwetste mensen.

Thomas wordt ten diepste geraakt door Jezus, die mee-lijdt met mensen: die naast de stervende zit, die meetrekt met de radeloze vluchteling, die waakt bij de slapeloze angstige zieke, die weent, samen met de vader en de moeder, om hun gestorven zoon of dochter, die je hand vasthoudt, die u optrekt uit je verdriet, die je vergeeft en je doet opstaan. Daar is Jezus nabij, de Heer die meeleeft met elke lijdende, gekwetste mens. Zoals toen bij de lamme, bij het dochtertje van Jaïrus, zoals bij Petrus bij zijn verloochening, zoals bij de barmhartige Vader. Thomas mag dat échte gelaat zien van Jezus. Namelijk de Levende Heer, die zich buigt om heel dicht bij kleine mensen te zijn, tot op het laagtepunt van elke onmacht en elke mislukking.

Zo maakt Jezus Zijn opstaan openbaar als Hij mensen doet opstaan. Daar waar alles verloren en mislukt lijkt, daar waar dood en ongeloof en wanhoop nabij is, daar geeft Hij een teken: de dood is slechts een komma in jouw bestaan. “Jij leeft verder in Mijn verbondenheid, in Mijn geborgenheid. Ik leg jouw hand op Mijn hart.” Als iemand zijn hand op je gekwetst hart legt, is de Heer levend nabij. God gaat in mensen naar mensen. Zó heeft Hij het beslist.

 

GPS

Dagelijks worden we overspoeld door allerlei nieuwsberichten, al te vaak schokkende gebeurtenissen en minderbemoedigende verhalen. Allerlei ideeën en meningen worden geuit, er zijn populistische stromingen, ook vele negatieve stromingen. Er lijkt niemand te zijn die nog deugt: politiekers, politie, rechters, de Kerk, ... Daarnaast is er bezorgdheid over lichaam en geest, met zoveel tips over gezondheid want velen kampen met burn-out en moedeloosheid. Het mooie, het goede en de inzet van velen wordt niet genoemd. Het heeft geen zin, zegt men…Het geeft geen zin vrede na te streven in een wereld van zoveel geweld en oorlog. Geweld, terreur en ruzie zijn nooit ver weg en er is oorlog op zoveel plaatsen. Ook die hulp aan arme landen heeft geen zin, zegt men. Eén druppel maakt de grond niet nat. Het heeft geen zin om het milieu te sparen; dat ene blikje helpt toch niets. Gedurende carnaval ligt er hier meer vuil dan wij kunnen sparen in heel het jaar…

Sinds jaar en dag is het een traditie in de Kerk: eens per week wat rust te nemen en eens per jaar een tijdlang te versoberen: het is goed voor lichaam en geest. Het is hip, een maand geen alcohol, een maand geen vlees, je lichaam en geest zuiveren……en velen doen mee.

In deze veertigdagentijd krijgen we via Kerk en Broederlijk Delen aaneensluitende boodschappen aangeboden om onze levensvisie, levenswijze en levensstijl te oriënteren en solidair te leven. We willen in eigen hart kijken, naar het hart van ons parochieleven, naar de kern van Jezus’ boodschap. Daarvoor staan er tijdens de 40dagen in vele kerken wegwijzers, kieswijzers, om ons te oriënteren op authentiek leven en harmonieus samenleven, naar vredevol samenzijn, naar opstanding en verrijzenis. Wegwijzers helpen ons de weg te vinden, doen ons keuzes maken, doen ons nadenken en dagen ons uit. Net als een GPS worden we op de juiste weg gezet vanuit de spiritualiteit van Jezus’ boodschap. Hij zal ons stimuleren, waarschuwen en oriënteren om langs veilige levenspaden de juiste richting te kiezen. Soms zijn wij de goede richting kwijt en via Zijn knipperlichten wil Hij ons waarschuwen om eventueel op onze stappen terug te keren. Jezus’ boodschap wil ons leiden naar meer waarachtigheid en authenticiteit. Voor Jezus telt maar één norm, de weg van de liefde, van de vrede, van rechtvaardigheid en solidariteit.

Er worden ons elke zondag twee kieswijzers aangeboden, levenswaarden, levensleuzen. De eerste woorden die we zien staan, zijn “kwetsbaar en veerkrachtig”. Sinds onze geboorte zijn we kwetsbare mensen. Ook gekwetste mensen, gekwetst door onszelf, door medemensen, door het leven. Kwetsuren kunnen vijandigheid meebrengen en pijn in hart en geest. Maar er is ook veerkracht en groeikracht in onszelf, dankzij de zorg en hulp die we gratis krijgen van buiten en van boven, zorg en liefde die we ontvangen … en ook kunnen geven. We leren mens worden, dankzij en omdat ons zoveel gratis wordt gegeven, maar ook wanneer we zelf geven. Zo worden we immers veerkrachtig en sterk: door zelf te geven en dankbaar te ontvangen. Zo groeien we, op elk moment van het leven, als liefdevol persoon, als solidair medemens, steeds afhankelijk en zelfstandig, steeds kwetsbaar maar evenwichtig, als gelovig mens met verantwoordelijkheid, harmonieus verbonden met elkaar, tot de laatste dag van ons leven.

Zet deze veertigdagentijd deze GPS aan, tik het juiste adres in en luister, ga niet uit de bocht, geen overdreven snelheid. We zijn immers samen op weg, we zijn niet alleen.

 

2017: op hoop van meer liefde en verdraagzaamheid

Het laatste weekend van december riep ons op om vredelievend te zijn. Veel goede wensen werden uitgesproken maar de wereld draait door en vredesakkoorden worden gebombardeerd. En toch moet ieder van ons elke dag proberen een mens van goede wil te zijn om hoopvol te kunnen zingen “Ik heb een steen verlegd in de rivier”, in mijn omgang met de mensen dicht bij mij.

In memoriam: pater Hugo (Otto) Gerard

Op 3 januari werd onze medebroeder p. Hugo Gerard begraven, een klasgenoot van mij, de laatste met wie ik was gewijd. Wellicht hier onbekend, dat was zijn karaktertrek: bescheidenheid, maar een groot verstand met vele briljante ideeën. Medestichter van het centrum Ryckevelde waar jonge studenten en mensen op congres gaan om de Europese christelijke cultuur en waarden levendig te houden. Hij is ook overste geweest van de Kapucijnen en heeft me in Aalst benoemd. Hij is de stimulator geweest van scheiding tussen parochie en klooster … het vroeg ons tijd om te aanvaarden en te realiseren. Een man van weinig woorden maar met een visie, en die visie over parochie en klooster was achteraf gezien de juiste, eerst een harde pil en opdracht: de parochie moet langer bestaan en zal langer bestaan dan het klooster. En dus konden we maar beginnen, eerst schoorvoetend. Wat zou hij nu denken over de toekomst van de Sint-Antoniuskerk? In deze nuchtere, schrandere, stille priester zat ook nog een dichterziel:

De wereld kantelt op zijn dwaze kop; er is geen rechte kant meer aan te krijgen.
De mensheid raakt steeds dieper in het slop omdat 't verstand gedoemd is om te zwijgen.

die anderzijds ons naar de ogen zien en hengelen naar onze voorkeurstemmen,
die uit hun nek beloven wat nadien alleen maar dient om diepgang af te remmen.

Want 't dobberen op de luchthartigheid waarmee ons macht, bezit en seks als waren
van speelgoedwinkels worden aangereikt, is nu de koers die 't nieuw beleid wil varen.

't Wordt moeilijk om nog christenmens te zijn: om uit de diepte van ons hart te leven;
't wordt lastig om een stem in die woestijn te laten klinken, en meer moed te geven. (Hugo-Otto)